Opvolging Fluxys DN300-tracé Merelbeke – Zwijnaarde


Van maart tot eind mei 2011 volgde een team van GATE de aanleg van een DN300 aardgasvervoersleiding op tussen Merelbeke en Zwijnaarde. Opdrachtgever voor dit onderzoek was Fluxys nv. Omdat een groot deel van het tracé zich op de rand van het Scheldealluvium en een zandrug bevond, werd voorafgaand aan de werfopvolging een verkennend booronderzoek uitgevoerd.  Hieruit kon het aantal zones worden afgeleid waar verdere opvolging noodzakelijk was. Een aantal andere zones, die zich in het Scheldealluvium bevonden, viel weg voor verder onderzoek. Bij het afgraven van de werkzones konden weinig archeologische sporen worden waargenomen omdat het relevante archeologische niveau zich dieper bevond dan het afgegraven niveau.

Bij het graven van de sleuf waarin uiteindelijk de gasleiding wordt gelegd, werden wel enkele sporen aangetroffen. Deze sleuf wordt ca. 1,5 à 2m diep gegraven met een trapezium-vormige kraanbak. Breedte van de sleuf bedraagt ca. 2m. Ter hoogte van het kruispunt van de Hondenlee en de Zwartekobestraat werden een vlechtwerkwaterput en een greppel aangesneden. Verderop werden langs de golfclub van Zwijnaarde twee zware paalkuilen van een Romeins gebouwplattegrond aangetroffen, het aardewerk uit beide paalkuilen laat een datering op het eind van de eerste tot eerste helft tweede eeuw vermoeden. Op dezelfde akker werden ook twee parallelle, Romeinse grachten aangesneden én diverse kuilen. Ook kon ter hoogte van het Scheldekanaal de overgang van de zandrug naar een oude, opgevulde Scheldearm worden geregistreerd. In de opvullingspakketten staken fragmenten Romeins aardewerk.