Koewacht - Emmabaan (gemeente Terneuzen, Nederland)


Naar aanleiding van de geplande aanleg van een nieuwe woonwijk en een verdere uitbreiding van een bestaand woonwagencentrum te Koewacht (gemeente Terneuzen, Nl.) werd door GATE in 2011 een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven en boringen (IVO-O/P) uitgevoerd op de percelen van het huidige ‘Emmahof’ en op het aanpalende, ten noorden hiervan gelegen akkerperceel. Beide percelen vormden tussen 2002 en 2011 reeds het decor van verschillende archeologische interventies, bestaande uit manuele booronderzoeken in combinatie met oppervlaktekarteringen.

De uitvoering van een aanvullend inventariserend onderzoek dient niet enkel te worden beschouwd in het licht van een te beperkt aantal observaties en een te selectieve bemonstering die de voorgaande booronderzoeken kenmerkten, maar vindt haar oorsprong tevens in de afwezigheid van een gericht onderzoek naar archeologische vindplaatsen gekenmerkt door de aanwezigheid van bodemsporen.De algemene doelstelling van het onderzoek bestaat erin de archeologische verwachtingen gecreëerd op basis van de vorige onderzoeken te toetsen en aan te vullen en te komen tot een meer betrouwbare archeologische kartering en waardering van het onderzoeksgebied, uitgedrukt in termen van aanwezigheid, aard, lokalisatie, conservering en datering van archeologische vindplaatsen. Dit dient te resulteren in een selectieadvies - conform de Kwalitetisnorm Nederlanse Archeologie, versie 3.2. - omtrent bewaring in- of ex-situ van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. Om deze doelstellingen te kunnen bereiken, werd geopteerd voor een systematisch booronderzoek in combinatie met proefsleuven, aangevuld met oppervlaktekarteringen en een waarderend paleoecologisch onderzoek.


Het manuele booronderzoek werd uitgevoerd met een Edelmann-boor met een diameter van 12 centimeter in een regelmatig driehoeksgrid van 10 x 10 meter. Er werden ca. 400 boringen geplaatst tot maximaal drie meter onder het maaiveld. Naast een gedetailleerde observatie van de bodemopbouw werden hierbij zowel de top van het bodemprofiel als de dieper gelegen, afgedekte paleoniveau’s intensief bemonsterd voor archeologische doeleinden. Enkel in de monsters uit de top werden archeologische indicatoren aangetroffen, in de vorm van vuurstenen artefacten.


Voor het proefsleuvenonderzoek werden ter hoogte van de akker 24 parallelle proefsleuven aangelegd; het aantal archeologische bodemsporen bleef beperkt. De vulling van één van de bodemsporen werd integraal bemonsterd en uitgezeefd; dit leverde naast een beperkte hoeveelheid verkoold organisch materiaal (i.e. houtskool, hazelnootschelpen) tevens meer dan 140 lithische artefacten op. Op basis hiervan kon een vroegprehistorische ouderdom van dit spoor aannemelijk worden gemaakt.

Vertrekkende van de observaties uit het manuele booronderzoek werden op drie locaties mechanische boringen uitgevoerd gericht op een gedetailleerde lithologische beschrijving en paleoecologische bemonstering van de afgedekte paleosequentie. Een waarderend pollenonderzoek van deze monsters bevestigde niet alleen de laatglaciale ouderdom, maar tevens de grote complexiteit van deze paleosequentie.


koewacht silexNaast bovenvermelde onderzoekshandelingen werd ook een aanvullende oppervlaktekartering uitgevoerd die, net als bij de voorgaande karteringen, verschillende lithische artefacten opleverde. Alle tot dusver gerecupereerde artefacten uit de verschillende oppervlaktekarteringen werden in functie van de geformuleerde vraagstellingen tezamen bestudeerd. Binnen het gerecupereerde assemblage is een duidelijke mesolithische component aanwezig (i.e. kerfrest, Wommersomkwartsiet). Gave en goed geconserveerde vindplaatsen werden op de onderzoekslocatie niet aangetroffen en worden evenmin verwacht gezien de beperkte gaafheid van de top van het bodemprofiel over het ganse terrein. Het basisrapport van dit lopende onderzoek is in voorbereiding.

 

 

 

 

Balen - De Vennen

boorstalenIn opdracht van de dienst Waterbeleid van de provincie Antwerpen werd naar aanleiding van de inrichting van een natuurgebied te Balen een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Dit booronderzoek volgde op eerder paleolandschappelijk booronderzoek binnen het gebied. In totaal werden 120 boringen uitgevoerd. Deze gaven te weinig resultaten om verder vervolgonderzoek te adviseren.